Historie

De koninklijke muziekvereniging Musis Sacrum is de oudste vereniging in de gemeente Dongen. Musis Sacrum kent een rijke historie. Het zangkoor van de Laurentiuskerk vierde in november 1839 het feest van St. Cecilia, dit feest vond plaats in koffiehuis “De Hoop” in de Kerkstraat. Een strijkorkestje gaf een uitvoering, hetgeen bij iedereen in de smaak viel. Daarom werd besloten om ook andere instrumenten aan te schaffen en op 13 juni 1840 werd een harmonie opgericht, zij kreeg de naam “Musis Sacrum” hetgeen “Aan de muzen gewijd” betekent. In 1900 bij de viering van het zestigjarig bestaan kreeg men het predikaat “koninklijk”. Voor 1885 waren verschillende koffiehuizen de thuisbasis van de harmonie.

Musis Sacrum in 1928
Van 1885 tot 1974 was de harmonie gehuisvest in Hotel Concertzaal Musis Sacrum, gelegen aan de Hoge Ham waar nu de Cammeleur staat. In 1974 werd dit hotel gesloopt en Musis verhuisde naar het Patronaatsgebouw in de Gasthuisstraat. In 1981 werd de voormalige schoenmakersvakschool in de Julianastraat 122 aan de vereniging toegewezen. Na ruim dertig jaar in dit karakteristieke pand gehuisvest te zijn, is de vereniging september 2013 verhuisd naar JC De Poort aan de Gasthuisstraat.

 

Het verenigingsgebouw
Elk jaar op de eerste zaterdag van het jaar organiseert Musis Sacrum een Nieuwjaarsconcert in de Cammeleur, dit is voor iedereen gratis toegankelijk. Het seizoen wordt afgesloten met het traditionele “steenblazen”. Dit voor de steen blazen is een populaire traditie van Musis Sacrum. Met de steen wordt de eerste steen van de gelijknamige concertzaal bedoeld, die door de president C.L. Bressers op 12 juli 1885 was gelegd. Voor de steen blazen hield in dat de leden van de harmonie na de repetitie naar buiten gingen, in een grote kring rond de ingemetselde gedenksteen gingen staan en een mars speelden. Dit leverde een gratis consumptie op, zodat er bij het naleven van deze traditie nooit absenten waren. De gedenksteen is nu in het bezit van de muziekvereniging en vormt op de laatste repetitiedag weer het middelpunt bij optredens van de verschillende afdelingen.

Musis Sacrum door de jaren heen

Door: Paul de Schipper | BN De Stem
In Dongen is een belangrijk stuk muzikale cultuur ontkiemd in een geur van koffie.
Het is vrijdag 22 november 1839. Uit het koffiehuis De Hoop aan de Kerkstraat in Dongen drijven welluidende tonen van koorzang naar buiten. Daar binnen viert het zangkoor van de St. Laurentiuskerk het feest van St.Cecilia, de patrones van de muziek. Voorzanger van het koor is Jan Smits, tevens de eigenaar van het koffiehuis. Die dag treedt in De Hoop (nu café-restaurant Aurora) ook het strijkorkestje van het zangkoor op. Dat optreden valt zo in de smaak dat de leden van het orkest besluiten om er nog een paar instrumenten bij te kopen. En, om een harmonie op te stichten. De harmonie wordt op 13 juni 1840 officieel opgericht. De naam: Musis Sacrum. Dat is Latijn voor: ‘Aan de muzen (de kunstgodinnen) gewijd’. Burgemeester F. van Breugel van Dongen, zet zich aan zijn bureau en schrijft het reglement uit. C. Bierwagen die in het orkestje de fagot bespeelt, wordt de eerste voorzitter van nieuwe harmonie. Horecaondernemer Jan Smits treedt op als dirigent. In het eerste jaar van haar bestaan telt de harmonie elf musicerende leden. Ze betalen een dubbeltje contributie per week. Donateurs dokken een gulden per jaar en krijgen een boete van een dubbeltje als ze niet op komen dagen tijdens een van de maandelijkse optredens. Een handige regeling want de harmonie trekt bij die optredens langs de lokale koffiehuizen. Komen de donateurs niet opdagen, dan hebben de koffiehuizen minder klanten en dat is niet de bedoeling. De repetities en vergaderingen van Musis Sacrum vinden voortaan plaats in het koffiehuis van een van de leden: S. Havermans. Omdat de concerten van Musis Sacrum al snel veel publiek trekken, worden de koffiehuizen te klein. In 1865 biedt koffiehuiseigenaar P. Driessen aan een concertzaal te bouwen aan de Kardinaal van Rossumstraat. De zaal wordt in 1867 in gebruik genomen, maar ook die zaal wordt te klein. Ondertussen is de directeur van een van de in Dongen gevestigde grootste leerlooierij van Nederland, C.L. Bressers, voorzitter van Musis Sacrum geworden. In 1880 wordt aan de Hoge Ham het Hotel Musis Sacrum gebouwd met dertig slaapkamers en een lommerrijke tuin. Ook het hotel wordt aan de muzen gewijd. Bressers legt op 12 juli 1885 de eerste steen van de concertzaal die aan het hotel wordt vast gebouwd. Die zaal zal tot 1974 het clublokaal van Musis Sacrum zijn. Bij de opening wordt een feestlied gezongen met als refrein: “Muzen der kunst, schenk hen uw gunst.” Het hotel Musis Sacrum dient de eerste jaren vooral als huisvesting van de vele kunstschilders die in dan in Dongen en omgeving actief zijn. Het hotel komt in handen van de familie Van den Assem. Het hotel groeit uit tot het culturele hart van Dongen. Exploitant Jan van den Assem richt in 1941 in het hotel ook een bioscoop in. Hij verklaart daarmee Dongen meteen tot stad getuige de naam van de zaal: City Theater Dongen. Het zakelijk verval zet na de Tweede Wereldoorlog in. Import van buitenaf breek de dorpse samenleving van Dongen open. De solex van de jaren ’50 wordt een brommer. Mobiel geworden jongeren beginnen hun vertier elders te zoeken. Tegelijkertijd is het hotel en zalencentrum aan onderhoud toe. Het is het begin van een trage wandeling naar het schavot. Dure verbouwingen van restaurant en zalen trekken een wissel op de toekomst. De Dongense leerfabrikant Frans van den Assum schiet financieel te hulp met de NV Auxilia,(Latijn voor hulp) maar ook zijn exploitatie kan het hotel niet redden. Met een zucht van verlichting verkoopt eigenaar Piet van den Assem hotel Musis Sacrum uiteindelijk aan een investeerder uit de Zeeuwse badplaats Domburg. Zijn commentaar: “We zijn er vanaf, laten we blij zijn.” De Domburgse investeerder doet de zaak over aan de NV. Van Tuyns Limonadefabrieken. Van Tuyn verkoopt het hotel in 1971 voor 275.000 gulden door aan de gemeente Dongen. De gemeente wil het hotel slopen in verband met een nieuw komplan. Op dat moment huisvest het pand Musis Sacrum twintig verenigingen. De cultuur van Dongen dreigt dakloos te worden. In het restaurant verzucht oberkelner Kees Mertens na zevenendertig dienstjaren: “Ach, de glorietijd van het hotel ligt in de jaren ’30.” Musis Sacrum wacht gelaten op triest einde”, kopt dagblad De Stem op 27 juli 1972.

Het spoor van de sloop; een opstand in Dongen
Het is 1971. Voor het eerst trekt er een demonstratie door het Brabantse Dongen. De gemeente wil het hotel en zalencentrum Musis Sacrumaan de Hoge Ham, onderdak van twintig verenigingen en het culturele hart van het leerlooierdorp, slopen. Dongen komt in opstand. En hoe? Op 17 oktober 1971 trekt een lange optocht door de straten. Een demonstratie, want onbegrip en volksverzet in een anders zo rustig en gezagsgetrouw Brabants dorp. De leden van de tennis- en hockeyclub dragen de eerste steen van Musis Sacrum mee. De carnavalsclub de Nazaten dragen twee doodskisten daarmee symboliserend dat de sloop van Musis Sacrum de dood van het Dongens carnaval betekent. Terwijl de gemeenteraad vergadert, speelt de harmonie Musis Sacrum buiten de Marche Funèbre, een treurmars van Chopin. Het helpt niet. De gemeenteraad beslist onverbiddelijk tot sloop van het monumentale negentiende-eeuwse gebouw. De Dongense ‘tempel der muzen’ moet sneuvelen voor de vooruitgang: het komplan. Alleen, niemand weet op dat moment nog precies wat dat komplan inhoudt of zoals een inwoner van Dongen het omschrijft: “Het komplan waart als een geheimzinnig spook door het centrum.” De gemeenteraad wil direct slopen en niet wachten tot er een nieuwe sociaal-culturele accommodatie is gebouwd. Een inwoner van Dongen M. Piersma, spant een kort geding aan tegen de gemeente, maar verliest. Een wanhoopspoging van de harmonie Musis Sacrum om het hotel met concertzaal te kopen, mislukt ook omdat de gemeente weigert het pand te verkopen. Theo Brants, toen gemeenteraadslid voor de lijst Open Appèl: “Ik heb ze zien opmarcheren naar het gemeentehuis, de harmonie Musis Sacrum voorop. Het maakte nogal wat los, maar er zat veel nostalgie bij.” Volgens Brants was het zalencentrum Musis Sacrum niet te handhaven: “De gevel had stijl, maar daarachter, gangen en zaaltjes, veel aangebouwd zoals de bioscoop op de plek van het gesloopte koetshuis van Villa Vredeoord.” “Musis Sacrum wacht gelaten op triest einde”, kopt dagblad De Stem op 27 juli 1972. Op 8 maart 1974 neemt de muziekvereniging Musis Sacrum afscheid van het gebouw dat 134 jaar als clublokaal diende. De laatste beheerder, het echtpaar Piersma, krijgt een pick up aangeboden. En de leden van de harmonie zingen in koor ‘Gooi nooit gin ouwe schoenen weg, vur da ge nieuwe hebt.’ Dongen mort. De verenigingen zijn ontworteld, want op het moment van de dreigende sloop, biedt het gemeentebestuur nog geen uitzicht op vervangende ruimte. Dongen pikt het niet langer. In de nacht van 9 op 10 maart 1974 volgt de uitbarsting. Elf met vuurwerk bewapende leden van de carnavalsvereniging De Nazaten bezetten het gebouw. Ze steken het vuurwerk af en brengen de volgende vijf dagen voornamelijk door met dobbelen, kaarten en slapen. De bezetting wordt op 14 maart geweldloos beëindigd. Dat betekent het einde van het sociaal-culturele hart van Dongen, het einde van een statig gebouw vol herinneringen. Op 14 maart 1974 vergadert de gemeenteraad weer over Musis Sacrum. Het besluit: “Direct slopen”, ook al zijn er nog steeds geen plannen voor een nieuwe accommodatie. Slechts twee raadsleden van de Vooruitstrevende Partij stemmen tegen. Kort daarop slaat de sloper een reusachtig gat in de Hoge Ham. Theo Brants terugkijkend: “Er zijn in Dongen gebouwen verdwenen waarvan je nu zegt: dat hadden we misschien anders kunnen doen, van Musis Sacrum had je nu misschien de beeldbepalende gevel aan de Hoge Ham kunnen behouden.”. “We wachten op een tweede Musis”, vertelt een Dongenaar in die dagen tegen dagblad De Stem. Nog datzelfde jaar stelt de provincie Noord-Brabant, bijna vanzelfsprekend, vast dat er in Dongen nu een gebrek is aan sociaal-culturele accommodatie. Waarop een speciale raadscommissie aan het werk gaat. Zes jaar gaan voorbij. Op 19 september 1980 zingen Benny Neyman en Conny Vandenbosch ‘De Centrale Accommodatie De Cammeleur’ open. Dongen heeft een nieuwe huiskamer. De naam Cammeleur is bedacht door S.J. Akkermans. Het komt van cambreur, een onderdeel van een schoenzool dat stevigheid geeft aan de schoen. Zo stevig is de culturele schoen niet. Achttien jaar later volgt al een restauratie. En, kort na 2000 herhaalt de geschiedenis zich in Dongen. De gemeente bedenkt een nieuw komplan. Eerste slachtoffer: de huiskamer van de gemeente: De Cammeleur.

Van Vaticaan naar Che Guevara
Zeg Musis Sacrum in Dongen en je zegt cultuur. Die cultuur is lang aangestuurd door regenten uit de leerlooierij. Een van hen was Cees Bressers. Als het koffiehuis waar de harmonie Musis Sacrum het leven ziet, rond 1880 te klein wordt, is het Bressers die het initiatief neemt een nieuwe concertzaal te bouwen. In 1885 legt hij de eerste steen voor de aanbouw aan het hotel Musis Sacrum aan de Hoge Ham. Cees Bressers, leerlooier, autodidact, Eerste Kamerlid, Commissaris van de Nederlandse Bank en van 1885 tot 1910 voorzitter van de harmonie Musis Sacrum. Hij is geen bestuurder op afstand, want hij woont naast het concertzaal aan de Hoge Ham. Daar laat hij in 1903 de Villa Vredeoord optrekken, een monument dat nu wordt omgebouwd tot hotel. Bressers is vanaf het begin nauw bij de harmonie betrokken. Al in 1870 noteert hij hoe ingenomen koning Willem III is als Musis Sacrum hem een muzikale hulde brengt tijdens een bezoek aan Oosterhout. Bressers zou nooit universitair onderwijs volgen, maar als lid van Gedeputeerde Staten wordt hij ‘de minister van Financiën van Brabant’ genoemd. Hij is een man die zoveel contacten in katholieke kringen heeft dat zijn Villa Vredeoord bekend staat als ‘het Vaticaan van Dongen’. Nog een verhaal dat zijn status onderstreept: Dongenaren die in de kroeg kaart spelen, geven de schoppenkoning de bijnaam ‘den Bresser’. Bressers leidt de grootste kuipzoolleerlooierij van Nederland. Op de plek waar de looierij har bedrijfsgebouwen had, staat nu het appartementencomplex Rosariapark. Bressers overlijdt in 1933. Zijn bedrijf wordt in 1938 verkocht en door de nieuwe eigenaar A. Schuttelaar voortgezet onder de naam Lederfabriek Rosario. Dat Rosario komt van de gelijknamige Argentijnse stad, een knooppunt en exportcentrum van koeienhuiden. Meer dan om die huiden is Rosario bekend om zijn meest illustere bewoner. Wat weinig Dongenaren zullen weten, is dat Rosario de plek is waar de wieg stond van de cultheld en de beroemdste guerrillastrijder uit de jaren ’60 van de vorige eeuw: Che Guevara. Toch aardig om in Dongen een appartementencomplex naar diens geboortestad te noemen. Het fabrikantenhuis Villa Vredeoord met een siertuin vol zilverlinden, ceders en paardenkastanjes, dient in de oorlog als bejaardenhuis. Na de oorlog is bureau Open werken van de gemeente er gevestigd. In 1974 lijkt het even of er naast Villa Vredeoord een bom is ingeslagen. Slopers rammen Hotel Musis Sacrum en de concertzaal, een schepping van Bressers tegen de vlakte. De nieuwe buurman heet de Cammeleur. In 1986 verkoopt de gemeente Dongen Villa Vredeoord voor 250.000 gulden aan een horecaondernemer die er een Indisch restaurant begint. Die zaak is twee jaar later al failliet. Het Chinese restaurant Hu Yuen houdt het vol tot 2006. Via een projectontwikkelaar in ’s Gravenmoer komt het markante pand uiteindelijk in handen van woningcorporatie Vieya. Op 12 september wordt in ‘het Vaticaan van Dongen’ een hotel met 14 kamers en een restaurant met 116 zitplaatsen geopend: Winkk.